WIE ZAL DE ANTICHRIST KUNNEN OVERWINNEN,WIE ZAL DE VOLKOMEN OVERWINNAAR ZIJN? OPENBARING 5.
In principe biedt God iedereen de kans zich daarvoor aan te melden. De boekrol ligt OP zijn rechterhand en wordt als ware aangeboden aan wie maar in staat is hem aan te nemen en zijn zegels te openen. Deze aanbieding wordt zelfs geproclameerd door een sterke engel met luider stem: Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken? Die stemt klinkt door het heelal, langs de zonnen, de manen, en de sterren, op de aarde en onder de aarde. Als antwoord klinkt alleen een doodse stilte. NIEMAND is waardig, NIEMAND biedt zich aan.
Wat een vreselijke, teleurstellende ervaring voor Johannes, om te ontdekken dat er niemand in de hemelen noch op de aarde in staat is dit grote werk voor God te doen. Tot zijn schaamte voelt hij zich daar ook niet geschikt voor. Als alle engelen in de hemel hun adem inhouden, in afwachting van een antwoord, is het enige, waardoor de stilte verbroken wordt, het gesnik van Johannes: Ik weende zeer, omdat niemand waardig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien.
NIEMAND WAARDIG. Zou deze conclusie ook eenmaal in de hemel geklonken hebben, toen God deze wereld wilde verlossen van haar zonde en er geen mens gevonden kon worden, voldoende rein, voldoende heilig, voldoende toegewijd om dit allesomvattende werk te verrichten? Omdat er geen mens gevonden kon worden, heeft God tenslotte Zijn Zoon gezonden om mens onder de mensen te worden en ZICHZELF te offeren om dit verlossende werk te verrichten.
NIEMAND WAARDIG. Als er op dit beslissende moment in de Openbaring niemand wordt gevonden om het Boek met Zeven Zegels te openen en Gods laatste plan met deze wereld te vervullen, wat zal er dan gebeuren? Zal deze wereld dan voor altijd door moeten gaan met haar mensonterende en God bedroevende aftakeling van deze schepping? Zal de duivel dan alsnog in de gelegenheid zijn de mensheid mee te slepen in zijn maalstroom van zonde en verderf? Zal de materiële, de zedelijke en de geestelijke vervuiling dan zulke vormen aannemen, dat de mensheid in zijn eigen vuil te gronde zal gaan? God verhoede dat!
Openb. 5 : 5-7 En een uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen. 6 En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. 7 En het kwam en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was.
Daar wordt Johannes door één van de oudsten aangesproken: Ween niet. Ben je dan zo blind geweest, Johannes? Waarom heb je niet beter om je heen gekeken? Je bent toch in de hemel. Je hebt toch God de vader gezien. Je hebt de Heilige Geest gezien. Doe je ogen open, Johannes: Zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids.
Inderdaad moeten Johannes’ ogen opengaan. Hij ziet om zich heen. Hij verwacht een leeuw, maar ziet een lam. Een lam, dat hij herkent, waarvan Johannes de Doper eens geroepen had:
Zie het lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. De mensen dachten, dat zij dat lam geslacht hadden., maar in feite bleek het een leeuw, die overwonnen heeft. Jezus was de grote overwinnaar.
Ook in de laatste grote wereldbrand moet een grote, beslissende overwinning behaald worden. Waardig is alleen degene, die bewezen heeft overwinnaar te zijn. Jezus heeft dat bewijs geleverd! Dezelfde Jezus, die Johannes nu ziet Als een lam, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Men dacht Hem –uitgeroeid- te hebben, maar de zeven horens bevestigen zijn overwinningskracht en de zeven ogen bevestigen, dat de geest des levens krachtig op Hem is.
Johannes kan zijn tranen drogen. Hij herkent Hem, die hij zo innig liefhad. Wat een vreugde voor Johannes, dat zijn Heer, met wie hij drie jaar lang door Israël had rondgewandeld, alweer Degene was, die de oplossing bracht, waar niemand anders in staat was die te brengen: Hij heeft de boekrol aangenomen, Hij is in staat haar te openen en te lezen, Hij is waardig om de inhoud daarvan uit te voeren en wordt daarmede ook de initiatiefnemer van het gebeuren in de Openbaring.
uit: Geen uitstel meer - J.W. Embrechts